Gratis · zonder account · Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken

Staatsexamen NT2 B1 oefenen, gratis

Oefen alle vier de onderdelen van het Staatsexamen NT2 programma I, de taalexamens van de B1-route van de inburgering. De opgaven hebben de vorm van het echte examen. Bij elke vraag zie je het goede antwoord en waarom de andere antwoorden niet kloppen. Je hebt geen account nodig.

Het examen

Zo ziet het Staatsexamen NT2 B1 eruit

Elk onderdeel is een apart examen met een eigen uitslag. Je slaagt met een score van 500 of hoger. Hoeveel punten je daarvoor nodig hebt, verschilt een beetje per examen. Dit waren de aantallen in 2025.

OnderdeelTijdVragen of opdrachtenNodig voor 500 (2025)
Lezen110 minuten35 vragen bij 6 teksten24 van 35
Luisteren90 minuten38 of 39 vragen26 van 39
Schrijven100 minuten12 opdrachten25 van 47
Sprekenongeveer 25 minuten16 opdrachten75 van 128
Onderdeel 1

Lezen: een tekst met zes vragen

Op het examen lees je zes teksten in 110 minuten. Dit is een lange tekst van een nieuwssite, zoals op het examen. Lees eerst de vragen, en zoek dan in de tekst het antwoord. Je hebt voor deze tekst ongeveer 20 minuten.

Deze tekst staat op Werknieuws Duinrode.nl, een nieuwssite voor personeel van de gemeente. De tekst gaat over het beweegaanbod voor medewerkers van Gemeente Duinrode.

Duinrode laat personeel meer bewegen

Medewerkers van Gemeente Duinrode kunnen sinds kort vaker sporten en bewegen rond hun werkdag. Het nieuwe aanbod is bedoeld voor kantoormedewerkers, maar ook voor collega’s van de buitendienst. De gemeente gebruikt daarvoor eigen ruimtes, een kleine sportzaal en afspraken met lokale beweegcoaches. Volgens de organisatie moet bewegen makkelijker worden op dagen waarop het werk weinig ruimte biedt voor een lange training.

Van scherm naar sportzaal

Het programma heet Fit in Duinrode en valt onder het vitaliteitsbeleid voor personeel. Clyde de Boer, coördinator vitaliteit bij Gemeente Duinrode, zegt dat het plan is ontstaan na gesprekken met afdelingen. “Veel collega’s wilden best iets doen, maar niet eerst naar de andere kant van de stad fietsen. Daarom ligt het aanbod dicht bij de werkplek en past het in een gewone werkweek.” De sessies duren meestal dertig tot vijfenveertig minuten. Sommige lessen zijn voor het begin van de dienst, andere in de middagpauze of direct na werktijd. Medewerkers kiezen zelf of zij meedoen. Een leidinggevende mag deelname niet verplicht stellen, ook niet wanneer een heel team zich aanmeldt.

Het aanbod is verdeeld over drie locaties. In het stadskantoor is een vergaderruimte vrijgemaakt voor rustige lessen, zoals rekken, ademhaling en lichte kracht. Op de gemeentewerf krijgen medewerkers oefeningen die passen bij zwaar werk, tillen en lang lopen. In sporthal De Rietrand zijn groepen voor conditie en balspellen. Wie thuiswerkt, kan één keer per week meedoen aan een korte online beweegpauze via de interne website. De lessen zijn niet openbaar. Alleen medewerkers, stagiairs en tijdelijke krachten met een gemeentelijke pas kunnen zich inschrijven.

Keuze per werkplek

De gemeente heeft bij de planning gekeken naar het soort werk. Op de afdeling publiekszaken zitten medewerkers veel achter een balie of beeldscherm. Daar is vooral aandacht voor nek, rug en schouders. Bij de groenploeg gaat het meer om veilig bukken, goed tillen en het verdelen van kracht. Beide groepen kunnen ook meedoen aan de algemene wandelrondes rond het stadskantoor. Die rondes hebben geen vaste trainer, maar wel een routekaart bij de personeelsingang. Voor nachtdiensten en weekenddiensten bestaat nog geen vaste les. Medewerkers met die werktijden mogen een activiteit kiezen op een dag waarop zij vrij zijn, zolang er plaats is in de groep.

Kasia Nowak, medewerker burgerzaken bij Gemeente Duinrode, volgt de rustige les in het stadskantoor. “Aan de balie is het druk en een pauze schiet er snel bij in. Een half uur bewegen in hetzelfde gebouw helpt mij om daarna weer scherp te zijn.” Zij vindt de online beweegpauze minder prettig. “Thuis zet ik mijn camera niet graag aan voor oefeningen. Op kantoor voelt het gewoner, omdat collega’s hetzelfde doen.” Voor medewerkers die nog nooit een cursus hebben gevolgd, is er een korte kennismaking met de trainer. Daarin kunnen zij vragen stellen over blessures of conditie.

Voor deelname gelden deze voorwaarden:

  • vooraf inschrijven via de interne website, omdat de groepen niet groter zijn dan twaalf personen
  • sportkleding meenemen wanneer de activiteit in de sportzaal of op de werf plaatsvindt
  • de gemeentelijke pas scannen bij aankomst, zodat de trainer weet wie aanwezig is
  • een gemiste les zelf afmelden, liefst vóór 10.00 uur op de dag van de les
  • overleg voeren met de leidinggevende wanneer een activiteit tijdens werktijd valt

Afspraken en kosten

De basislessen zijn gratis voor medewerkers. De gemeente betaalt de trainer, de zaal en basismateriaal, zoals matten en elastieken. Voor een speciale cursus, zoals zwemtraining of hardlopen met persoonlijke begeleiding, betaalt de medewerker een eigen bijdrage van € 15,- per maand. Die bijdrage stopt automatisch wanneer de cursus is afgelopen. Deelname onder werktijd mag alleen wanneer de bezetting op de afdeling genoeg blijft. Afdelingen maken daarover zelf een rooster. Als iemand door het bewegen later terugkomt op de werkplek, moet die tijd worden ingehaald. Voor activiteiten in de middagpauze geldt dat niet, omdat de pauze dan al eigen tijd is.

Medewerkers met lichamelijke klachten krijgen het advies om eerst contact op te nemen met de bedrijfsarts of de eigen huisarts. De trainer vraagt bij de eerste les naar medische bijzonderheden, maar bewaart geen medische gegevens. Wie zwanger is of herstelt na een operatie, kan vaak wel meedoen aan een aangepaste oefening. De Boer benadrukt dat het programma geen medische behandeling is. “Het gaat om gewoon bewegen en om beter voelen wat je lichaam nodig heeft tijdens een werkdag.” Bij twijfel kan een medewerker een proefles volgen zonder naam op de deelnemerslijst voor de rest van de reeks.

Eerste reacties

Volgens de gemeente zitten de lessen op de werf en in het stadskantoor bijna vol, terwijl de sporthal nog ruimte heeft. Vooral korte onderdelen trekken veel deelnemers. Een lange cursus na werktijd is minder populair, omdat medewerkers dan naar huis willen of zorgtaken hebben. De personeelsafdeling kijkt per kwartaal welke lessen blijven en welke worden bijgesteld. Reacties komen binnen via de interne website en via de trainer na afloop van een les. Nowak merkt dat praten over bewegen op de afdeling normaler is geworden. “Na de les drink ik eerst water en loop ik rustig terug naar mijn balie.”

Lezen vraag 1: Welke middelen noemt de tekst voor het nieuwe aanbod?

Vraag 1. Welke middelen noemt de tekst voor het nieuwe aanbod?

Antwoord en uitleg

A is goed. In de eerste alinea staat: “De gemeente gebruikt daarvoor eigen ruimtes, een kleine sportzaal en afspraken met lokale beweegcoaches.” Eigen kamers zijn eigen ruimtes.

B: De gemeente gebruikt eigen ruimtes. Externe zalen staan niet in de tekst.

C: Groepen in de sporthal en een routekaart komen later in de tekst, maar dat zijn niet de middelen waarmee de gemeente het aanbod opzet.

Lezen vraag 2: Wat zegt de tekst over meedoen aan Fit in Duinrode?

Vraag 2. Wat zegt de tekst over meedoen aan Fit in Duinrode?

Antwoord en uitleg

A is goed. Meedoen is vrijwillig: “Een leidinggevende mag deelname niet verplicht stellen”. Een chef is een leidinggevende.

B: De tekst zegt het omgekeerde: meedoen is niet verplicht, “ook niet wanneer een heel team zich aanmeldt”.

C: Er is een korte kennismaking voor wie nog nooit een cursus heeft gevolgd, maar de tekst zegt niet dat alle nieuwe deelnemers daar eerst naartoe moeten.

Lezen vraag 3: Wanneer moet een medewerker sportkleding meenemen?

Vraag 3. Wanneer moet een medewerker sportkleding meenemen?

Antwoord en uitleg

C is goed. Het gaat om de plek van de les: “sportkleding meenemen wanneer de activiteit in de sportzaal of op de werf plaatsvindt”.

A: Het tijdstip van de les bepaalt niet of je sportkleding meeneemt.

B: De regel heeft niets te maken met een trainer of een beweegcoach.

Lezen vraag 4: Voor welke activiteit betaalt een medewerker zelf een bijdrage?

Vraag 4. Voor welke activiteit betaalt een medewerker zelf een bijdrage?

Antwoord en uitleg

C is goed. In de tekst staat: “Voor een speciale cursus, zoals zwemtraining of hardlopen met persoonlijke begeleiding, betaalt de medewerker een eigen bijdrage”.

A: Rekken en ademhaling horen bij de rustige basislessen. Die zijn gratis.

B: De wandelrondes staan in de tekst, maar de tekst zegt niet dat je daarvoor betaalt.

Lezen vraag 5: De trainer vraagt bij de eerste les naar medische bijzonderheden. Wat gebeurt er volgens de tekst met die informatie?

Vraag 5. De trainer vraagt bij de eerste les naar medische bijzonderheden. Wat gebeurt er volgens de tekst met die informatie?

Antwoord en uitleg

A is goed. De trainer vraagt ernaar, “maar bewaart geen medische gegevens”.

B: De tekst raadt medewerkers met klachten aan om zelf contact op te nemen met een arts. De trainer stuurt niets door.

C: Een deelnemerslijst staat in de tekst bij de proefles, niet bij medische informatie.

Lezen vraag 6: Waar gaat de hele tekst vooral over?

Vraag 6. Waar gaat de hele tekst vooral over?

Antwoord en uitleg

A is goed. De tekst beschrijft het nieuwe beweegaanbod: de plekken, de regels, de kosten en de eerste reacties. De eerste zin zegt het al: medewerkers “kunnen sinds kort vaker sporten en bewegen rond hun werkdag”.

B: Roosters staan alleen in de tekst bij meedoen onder werktijd. Daar gaat de hele tekst niet over.

C: De tekst noemt trainers en coaches, maar niet dat de gemeente nieuwe trainers zoekt.

6 vragen. Kies bij elke vraag één antwoord.

Onderdeel 2

Luisteren: een gesprek met drie vragen

Op het examen krijg je eerst 25 seconden om de vraag te lezen. Daarna hoor je het fragment één keer. Doe dat hier ook: lees de vraag, speel het fragment één keer af en kies dan je antwoord. Na je antwoord zie je wat er gezegd wordt.

Jaarlijks onderhoud aan de verwarmingsketel

U hoort een gesprek tussen Sander van Leeuwen en Kemal Kok. Kemal werkt als monteur bij Warmtepunt Velp. In Sanders huis in Arnhem legt Kemal uit wat hij tijdens het jaarlijkse onderhoud doet.

Tekst van de inleiding

Verteller: Jaarlijks onderhoud aan de verwarmingsketel. U hoort een gesprek tussen Sander van Leeuwen en Kemal Kok. Kemal werkt als monteur bij Warmtepunt Velp. In Sanders huis in Arnhem legt Kemal uit wat hij tijdens het jaarlijkse onderhoud doet. Eerst vertelt Sander iets over zichzelf. Daar horen nog geen vragen bij.

Sander: Ik ben Sander van Leeuwen. Ik woon in Arnhem en vandaag komt er iemand voor mijn verwarmingsketel. Ik wil weten wat er bij dat jaarlijkse onderhoud gebeurt.

Kemal: Goedemorgen, Sander. Ik ben Kemal Kok van Warmtepunt Velp. Ik kom voor het jaarlijkse onderhoud aan uw ketel.

Sander: Goedemorgen, Kemal. Komt u binnen. De ketel hangt boven, in de kast op de overloop.

Kemal: Prima, dan kijk ik zo rustig met u mee.

Sander: Fijn. Ik heb zoiets nooit goed gevolgd, dus ik hoor graag wat u allemaal doet.

Verteller: Nu komen de vragen. Lees elke vraag goed voordat het fragment begint.

Luisteren vraag 1: Wat is volgens Kemal belangrijk bij het begin van het onderhoud aan Sanders ketel?

De verwarmingsketel hangt in een kast op de overloop.

Vraag 1. Wat is volgens Kemal belangrijk bij het begin van het onderhoud aan Sanders ketel?

Antwoord en uitleg

C is goed. Kemal zegt: “Maar bij het begin luister ik eerst even naar wat u hebt gemerkt.”

A: De kap gaat er wel af, maar later: “dat komt wel, maar niet als eerste”.

B: Naar de vlam en de afvoer kijkt Kemal ook, maar pas later (“straks”).

Wat er gezegd wordt

Sander: Als u boven bij de ketel staat, begint u dan meteen met openmaken? Ik stel me voor dat de kap eraf gaat en dat u met schroeven en zo bezig bent.

Kemal: Nou, dat komt wel, maar niet als eerste. Ik begin meestal met een paar vragen. Heeft u een melding gezien, is de druk vaak lager geworden, hoort u rare geluiden? Dat soort dingen. Ik pak mijn schroevendraaier, nee, mijn gereedschap pas daarna. Soms zegt een klant iets kleins, bijvoorbeeld dat het warme water even wegvalt. Dan weet ik al beter waar ik extra op moet letten.

Sander: O, ik dacht dat u vooral naar de techniek keek en minder naar wat ik gemerkt heb.

Kemal: De techniek blijft belangrijk, hoor. Ik kijk straks ook naar de vlam, de afvoer en de aansluitingen. Maar bij het begin luister ik eerst even naar wat u hebt gemerkt. Dat scheelt vaak zoeken.

Luisteren vraag 2: Hoe lang duurt de onderhoudsbeurt volgens Kemal meestal bij Sander thuis?

Vraag 2. Hoe lang duurt de onderhoudsbeurt volgens Kemal meestal bij Sander thuis?

Antwoord en uitleg

C is goed. Kemal zegt: “Reken maar op ongeveer drie kwartier.”

A: Dat dacht Sander, maar Kemal zegt dat het meestal niet zo lang duurt.

B: Richting een uur duurt het alleen als Kemal een groter onderdeel moet vervangen, en dat ziet hij hier niet.

Wat er gezegd wordt

Sander: Ik moet vanmiddag nog weg. Hoe lang bent u ongeveer bezig met zo’n onderhoudsbeurt? Ik hoef geen minuut precies, hoor, maar dan weet ik een beetje waar ik aan toe ben.

Kemal: Ja, logisch. Reken maar op ongeveer drie kwartier. In die tijd kan ik rustig meten, schoonmaken en de gegevens invullen. Als ik een groter onderdeel moet vervangen, wordt het langer, misschien richting een uur, maar dat zie ik hier nog niet. En soms ben ik sneller klaar, bijvoorbeeld als alles heel netjes loopt. Toch plan ik liever niet te krap.

Sander: Drie kwartier is goed te doen. Ik had eerlijk gezegd gedacht dat u hier bijna de hele ochtend zou zijn.

Kemal: Nee, dat is meestal niet nodig. Ik zet de ketel straks wel even uit, maar u zit niet lang zonder warm water. Alleen tijdens een korte test kan de kraan even niet gebruikt worden.

Luisteren vraag 3: Wat zegt Kemal over wat hij bij klanten in de ketelkast ziet?

Vraag 3. Wat zegt Kemal over wat hij bij klanten in de ketelkast ziet?

Antwoord en uitleg

C is goed. Kemal zegt: “Bij klanten thuis staat zo’n kast vaak vol met wasmiddel, koffers of kerstballen.”

A: De doos met winterspullen noemt Sander, en die staat in zijn eigen kast. Kemal geeft andere voorbeelden.

B: Die woorden horen bij het onderhoud, niet bij wat er in de kasten van klanten staat.

Wat er gezegd wordt

Sander: Ik zie dat er nog een doos met winterspullen naast de ketel staat. Zit die erg in de weg?

Kemal: Nou, een beetje wel. Bij klanten thuis staat zo’n kast vaak vol met wasmiddel, koffers of kerstballen. Ik kan meestal wel werken, maar in een volle ketelkast gaat het minder makkelijk. Ik moet dan voorzichtig bewegen en kan niet goed bij de onderkant.

Sander: Had ik dat van tevoren moeten leeghalen?

Kemal: Niet alles, hoor. Als er rondom de ketel een armlengte ruimte is, ben ik al blij. Een afspraak verplaatsen doe ik alleen als ik er echt niet veilig bij kan.

3 vragen. Kies bij elke vraag één antwoord.

Onderdeel 3

Schrijven: een zin afmaken en een e-mail

Op het examen typ je twaalf opdrachten, zonder spellingcontrole. Je krijgt punten voor de inhoud en voor de taal. Typ je antwoord in het vak en open daarna het voorbeeldantwoord. Daar zie je ook een zwak antwoord en waarom dat punten kost.

Opdracht 1: Zin afmaken2 punten

Maak de zin af.

Van: kandidaat@pakkethaven.nl
Aan: s.haddou@pakkethaven.nl
Onderwerp: Nieuwe bezorging pakket
Beste mevrouw Haddou,Uw pakket is vandaag niet afgeleverd, omdat er niemand thuis was. We kunnen morgen nog een keer langskomen.Ik schrijf u om …Daarna plannen wij de bezorging.Met vriendelijke groet,
Voorbeeldantwoord en beoordeling
Een goed antwoord

Ik schrijf u om te vragen welk tijdstip voor u goed is.

Een zwak antwoord

Ik schrijf u om vragen welk tijdstip voor u goed is.

De vraag past bij de mail, dus het punt voor de inhoud is binnen. Maar na “om” moet “te” direct vóór het werkwoord staan: om te vragen. Zonder “te” gaat het punt voor grammatica verloren: 1 van de 2 punten.

Zo wordt het beoordeeld (2 punten)
  • Inhoud (1 punt): Je zin stelt een passende vraag voor de nieuwe bezorging, bijvoorbeeld over een tijd, een dag of een plek.
  • Grammatica (1 punt): Na “om” volgt een zinsdeel met “te” direct vóór het hele werkwoord (om te vragen). Na het werkwoord mag nog een zinsdeel volgen.
Opdracht 2: E-mail schrijven8 punten

U werkt bij bioscoop Zilverdoek in Hengelo. Binnenkort kunt u één dienst niet werken. U wilt daarom met uw collega Erik Brouwer ruilen. U schrijft hem een e-mail.

Schrijf de e-mail. Wat niet in de opdracht staat, mag u zelf bedenken.

  • U vertelt welke dienst u niet kunt werken.
  • U legt uit waarom u die dienst niet kunt werken.
  • U vraagt of Erik die dienst kan overnemen.
  • U noemt minstens één dienst die u voor Erik kunt werken.

Met deze e-mail wilt u dat Erik uw dienst overneemt en samen met u een oplossing vindt.

Van: kandidaat@zilverdoek.nl
Aan: erik.brouwer@zilverdoek.nl
Onderwerp: Dienst ruilen
Hoi Erik,Groetjes,
Voorbeeldantwoord en beoordeling
Een goed antwoord

Volgende week donderdag kan ik de avonddienst niet werken. Die dienst is van 17.00 uur tot 22.00 uur. Ik heb dan een afspraak in het ziekenhuis en die kan ik niet verzetten. Kun jij deze dienst van mij overnemen? Dat zou mij echt helpen. Als je wilt, kan ik in ruil daarvoor jouw vroege dienst op zaterdag werken. Ik kan ook een andere dienst van je overnemen als zaterdag niet goed uitkomt. Laat je het mij vandaag of morgen weten?

Een zwak antwoord

Volgende week donderdag ik kan de avonddienst niet werken. De dienst is van 17.00 uur tot 22.00 uur. Ik moet naar het ziekenhuis, omdat ik heb een afspraak met de dokter. Kun jij deze dienst voor mij overneemt? Ik hoop dat het lukt, want anders ik heb een probleem. Ik kan zaterdag jouw vroege dienst overnemen, of misschien zondagmiddag als jij dat beter vindt. Laat mij snel iets weten.

Alle vier de punten staan erin, dus de inhoud is voldoende. Maar er zitten vier typische fouten in de zinsbouw: “donderdag ik kan” moet “donderdag kan ik” zijn, “omdat ik heb een afspraak” wordt “omdat ik een afspraak heb”, “kun jij … overneemt” wordt “kun jij … overnemen” en “anders ik heb” wordt “anders heb ik”. Daardoor gaan er punten voor grammatica verloren.

Zo wordt het beoordeeld (8 punten)
  • Inhoud (3 punten): Alle vier de punten uit de opdracht staan erin. Mist er één, dan krijg je hoogstens 2 punten.
  • Grammatica (2 punten): Het werkwoord staat op de goede plek, ook na een tijd aan het begin (“Volgende week kan ik”) en in een bijzin met “omdat” (werkwoord achteraan).
  • Spelling (1 punt): Woorden zijn goed geschreven. Op het examen is er geen spellingcontrole.
  • Samenhang (1 punt): De zinnen lopen logisch achter elkaar, met woorden als “dan”, “daarom” en “als”.
  • Woordgebruik (1 punt): Je kiest woorden die passen bij een mail aan een collega.
Onderdeel 4

Spreken: een korte en een langere opdracht

Op het examen spreek je zestien antwoorden in met een headset: acht korte van 20 seconden en acht langere van 30 seconden. Een piep start en stopt je tijd. Het belangrijkste is dat je doet wat de opdracht vraagt.

Opdracht 1: Korte opdracht20 seconden spreektijd

U wandelt met uw vriendin Shanti.

Zij vertelt dat zij al dagen slecht slaapt.

Zij vraagt om raad.

Geef haar advies.

Uw vriendin zegt eerst iets tegen u.

Zij zegt: “Heb jij een tip? Ik slaap zo slecht.”

Situatie
Wat Shanti zegt

Speel de opnames af, zet de timer van je telefoon op 20 seconden en antwoord hardop. Neem jezelf op en luister terug.

Voorbeeldantwoord en beoordeling
Een goed antwoord

Leg je telefoon een uur voor het slapen weg. Dan wordt je hoofd rustiger.

Een zwak antwoord

Dat is vervelend voor je. Ik hoop dat het snel beter gaat.

Dit klinkt vriendelijk, maar er staat geen advies in, en daar vraagt de opdracht om. Daarom krijgt dit antwoord 0 punten voor inhoud.

Zo wordt het beoordeeld
  • Inhoud (1 punt)
  • Woord- en zinsvorming (1 punt)
  • Woordkeus (1 punt)
Opdracht 2: Langere opdracht met een plaatje30 seconden spreektijd

U staat op het balkon van uw zus.

Het balkon is klein en leeg.

Er liggen oude spullen op de vloer.

Uw zus wil er graag gezelliger zitten.

Bekijk het plaatje.

Geef uw zus minstens twee adviezen.

Uw zus zegt eerst iets tegen u.

Zij zegt: “Ik vind mijn balkon zo kaal. Heb je tips?”

Een jonge vrouw staat op een klein balkon. Op de vloer liggen oude spullen, zoals een lamp, een ventilator, een spiegel, een doos en een wasmand. Er is geen plek om te zitten.
Situatie
Opdracht
Wat je zus zegt

Speel de opnames af, zet de timer van je telefoon op 30 seconden en antwoord hardop. Neem jezelf op en luister terug.

Voorbeeldantwoord en beoordeling
Een goed antwoord

Je kunt eerst de oude spullen weghalen, dan is er meer ruimte. Zet daarna twee lichte stoelen neer, zodat je samen kunt zitten. Ik zou ook een paar planten en een lampje kopen. Dan wordt het balkon rustig en gezellig.

Een zwak antwoord

Je kunt wat planten neerzetten. Dat ziet er gezelliger uit.

Er staat één advies in, terwijl de opdracht om minstens twee adviezen vraagt, en de spreker stopt ruim voor het einde van de 30 seconden. Dat geeft 2 van de 3 punten voor inhoud.

Zo wordt het beoordeeld
  • Inhoud (3 punten)
  • Woord- en zinsvorming (3 punten)
  • Woordenschat (3 punten)
  • Uitspraak (3 punten)
  • Tempo (1 punt)

Klaar voor een heel examen?

Op Mocko maak je volledige examens Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken met de echte tijd. Na elk examen zie je je score op de schaal van 500 en hoeveel punten je nog nodig hebt. Met een gratis account maak je twee korte toetsen.

Gratis account maken
Voor taalcoaches en docenten

Zo gebruik je deze pagina in je les

Alle opgaven op deze pagina zijn gratis en werken zonder account, op een computer, tablet of telefoon. Je mag de link delen met je cursisten of op je lijst met oefensites zetten.

Lezen: eerst zonder klok

Laat de cursist de tekst lezen en de zes vragen maken. Bespreek daarna de uitleg: bij elke vraag staat de zin uit de tekst die het antwoord geeft, en waarom de andere antwoorden niet kloppen.

Luisteren: één keer, zoals op het examen

Op het examen hoor je elk fragment één keer, na 25 seconden om de vraag te lezen. Laat de cursist eerst de vraag lezen en het fragment één keer horen. Lees daarna samen de tekst van het fragment.

Schrijven: vergelijk met het voorbeeld

Laat de cursist de mail typen in het vak, zonder spellingcontrole. Vergelijk het daarna met het voorbeeldantwoord en het zwakke antwoord. Tel samen de punten uit de opdracht: elk ontbrekend punt kost inhoudspunten.

Spreken: neem op met de telefoon

Speel de situatie af en laat de cursist antwoorden binnen 20 of 30 seconden, terwijl de telefoon opneemt. Luister samen terug. Heeft het antwoord gedaan wat de opdracht vraagt? Dat is de eerste vraag bij de beoordeling.

Meer officiële voorbeeldexamens met beoordelingsmodellen staan op oefenexamensnt2.nl.

Vragen

Veelgestelde vragen

Is deze pagina echt gratis?

Ja. Alle opgaven op deze pagina kun je maken zonder account en zonder te betalen. Wil je een volledig examen met de klok en een score op de schaal van 500? Met een gratis account op Mocko maak je twee korte toetsen; de volledige examens horen bij Premium.

Zijn dit echte examenvragen?

Nee. Alle opgaven zijn door Mocko geschreven, in de vorm van het Staatsexamen NT2 programma I: dezelfde soort teksten, vragen en opdrachten. De officiële voorbeeldexamens staan op oefenexamensnt2.nl.

Hoeveel punten heb je nodig om te slagen?

Een score van 500 voor elk onderdeel. In 2025 was dat 24 van 35 voor Lezen, 26 van 39 voor Luisteren, 25 van 47 voor Schrijven en 75 van 128 voor Spreken. Dat aantal verschilt een beetje per examen.

Hoe vaak hoor je een fragment bij Luisteren?

Op het examen één keer. Je krijgt eerst 25 seconden om de vraag te lezen. Op deze pagina kun je het fragment vaker afspelen, maar probeer het eerst één keer.

Hoe lang mag je praten bij Spreken?

Bij een korte opdracht 20 seconden en bij een langere opdracht 30 seconden. Een piep start en stopt de tijd. Neem jezelf op met je telefoon en luister terug.

Is dit het inburgeringsexamen?

Het is het taaldeel van de B1-route. Begon je inburgeringsplicht op of na 1 januari 2022 en volg je de B1-route? Dan zijn je taalexamens het Staatsexamen NT2 programma I: Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken. Het examen KNM en de A2-route oefen je niet op deze pagina.

Mag ik deze pagina gebruiken in mijn les of taalhuis?

Ja, graag. Deel de link met je cursisten of zet hem op je lijst met oefensites. Er is geen account nodig.

Wil je weten of je klaar bent? Maak een gratis korte toets en zie je punten.

Gratis beginnen
Mocko

Met Mocko bereid je je voor op het Staatsexamen NT2 B1, met oefenexamens voor alle vier de onderdelen zoals op de computer bij het echte examen, elk met een score op de schaal van 500.

© 2026 Mocko. Alle rechten voorbehouden.

Mocko is een onafhankelijk oefenplatform en is niet verbonden aan, goedgekeurd, gesponsord of geaccrediteerd door een examenhouder, waaronder Pearson Education, Inc. (Versant, PTE), Paragon Testing Enterprises Inc. (CELPIP), CCI Paris Île-de-France (TEF), France Éducation international (TCF), het Instituto Cervantes (DELE), de Public Service Commission of Canada (SLE) en het College voor Toetsen en Examens en DUO (Staatsexamen NT2). Onze oefenexamens zijn alleen studiemateriaal: het zijn geen officiële examens en ze geven geen officiële uitslag. Mocko neemt geen echte examenvragen, teksten, opnames, antwoordsleutels of uitslagen over en verspreidt die ook niet: elke beoordeelde oefenvraag op deze site is door Mocko geschreven. Waar ons oefenformat de instructies op het scherm of de voorbeelden van een examenhouder volgt, kunnen korte stukjes van die instructietekst voorkomen, zodat het format klopt; die blijven eigendom van de houder. Versant, PTE, CELPIP, TEF, TCF, DELE en alle andere examennamen op deze site zijn merken van hun eigenaren en worden alleen gebruikt om het examen aan te duiden.